maandag 18 januari 2010

3e zondag na Epifanie

De omgeving van Kapernaüm aan het Meer van Galilea


Mattheüs 8 : 1 – 13 de Hoofdman in Kapernaüm
(klik hier voor de perikopen notitie uit 2009)


Wanneer Pasen vroeg in het jaar valt komt het verhaal over de Hoofdman van Kapernaüm tweemaal voor in de perikopenlijst, en wel op deze 3e zondag na Epifanie en nogmaals op de 21e zondag na Trinitatis, maar dan in de versie uit het evangelie volgens Johannes.
In een eerdere notitie is al eens aangehaald dat Rudolf Steiner erop wijst, dat Jezus in de tijd voor de Doop in de Jordaan reeds had kennis gemaakt met de Oude Mysteriën. Hij moest smartelijk ervaren dat de mysterieoorden verlaten en leeg waren, of tot plaatsen verworden waren waar slechts demonen werden opgeroepen.

Het was een ongehoord ingrijpende smartelijke ervaring voor Jezus, dat Hij voor zichzelf moest erkennen: Eens werd begrepen wat de profeten leerden, het Hebreeuwse volk heeft het woord van God begrepen; thans echter is er niemand die het kan opnemen; men zou voor dove oren prediken. Zulke woorden zijn in deze tijd niet meer op hun plaats; er zijn geen mensen meer die oren hebben om ze te horen! Waardeloos en nutteloos is alles wat men op zo’n manier zou kunnen zeggen…
Rudolf Steiner: Aus der Akasha-Forshung. Das Fünfte Evangelium (GA 148)
voordracht: Kristiania 6 oktober 1913

We lezen in deze perikooptekst dat Jezus in de stad Kapernaüm kwam.
Terwijl Jezus van Nazareth als Christus Jezus in de laatste drie jaren van zijn leven, - vanaf zijn dertigste tot zijn drieëndertigste jaar – in Palestina op aarde wandelde, werkte voordurend het gehele kosmische Christuswezen in hem. Steeds stond Christus onder invloed van de gehele kosmos; hij deed geen stap zonder dat de kosmische krachten op hem inwerkten. De gebeurtenissen in deze drie jaren van het leven van Jezus vormden een voortdurende verwezenlijking van de horoscoop; want ieder ogenblik gebeurde dat, wat anders alleen bij een geboorte gebeurt. Dit was alleen mogelijk doordat de nathanische Jezus onder invloed gebleven was van de gezamenlijke krachten van de kosmische geestelijke hiërarchieën die de aarde leiden.
Als op die wijze de Geest uit de gehele kosmos op Christus Jezus inwerkte, wie was dan het wezen dat bijvoorbeeld naar Kapernaüm ging of waarheen dan ook? Wat daar als wezen op aarde wandelde, leek op elk ander menselijk wezen. De werkzame krachten erin waren echter de kosmische krachten, afkomstig van de zon en de sterren; zij bestuurden dit lichaam. Steeds in samenhang met de kosmische ontwikkeling, waarin de aardeontwikkeling opgenomen is, geschiedde dat, wat Christus Jezus deed.

Rudolf Steiner: Geestelijke Leiding van Mens en Mensheid (GA 15), hfdst. 3

Hetgeen Jezus doet, moeten we dus vooral niet te horizontaal proberen te interpreteren, maar laten we er opnieuw van uitgaan dat het wandelen van Christus Jezus en Zijn daden een vervulling van de Oude Mysteriën betekende; dat Hij weer heel maakte wat in verval geraakt was. We kunnen dan kijken naar enkele opvallende gebeurtenissen uit de evangeliën, die enige gelijkenis vertonen, ja zelfs als een toenemen van de kosmische werkzaamheid van Christus gelezen zouden kunnen worden.
-De Genezing van de knecht van de Hoofdman in Kapernaüm,
-De opwekking van de Jongeling in Naïn,
-De Genezing van het dochtertje van Jaïrus.
-En tenslotte kunnen we ook lezen over de opwekking van Lazarus.

Bij de Hoofdman is de genezende werking van Christus over een grote afstand, alsof Zijn krachten nog zeer perifeer werkzaam zijn. In Naïn treft Hij de rouwstoet buiten de stad, de dochter van Jaïrus ontmoet Hij binnen in het huis, en naar Lazarus komt Hij tenslotte na enkele dagen bij de grafholte.

De Mysteriewoorden: Heer, Ik ben niet waard dat u onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn jongen zal gezond worden, zijn in de Katholieke Kerk opgenomen in de cultus en klinken daar als:

Heer, Ik ben niet waardig dat gij tot mij komt,
maar spreek slechts een woord
en mijn ziel zal gezond worden.


De ziel van de mens zal gezond worden wanneer zij de Christuskracht in zich op wil nemen.