maandag 19 juli 2010

8e Zondag na Trinitatis

De vier Evangelisten - uit de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant (ca. 1230- ca. 1295)
Museum Meermanno, Den Haag


Mattheüs 7 : 13 – 23 Aan hun vruchten zult ge hen kennen

Deze zondag lezen we nogmaals een gedeelte uit de zogenaamde Bergrede. In de bijdrage over de perikooptekst voor de 6e zondag na Trinitatis citeerden we al uit een voordracht van Rudolf Steiner: 'De Bergrede is de belangrijkste openbaring van het christendom. … "De berg op gaan” betekent: Het diepste mysterie betreden en de woorden leren, die de discipelen dan weer aan het volk zullen verkondigen.'
In het 5e hoofdstuk van het Mattheüs-evangelie begint de Bergrede met de Zaligsprekingen. Daarna komen we verschillende uitspraken tegen, die diep in ons Nederlandse taalgebruik zijn ingeburgerd, zoals:
‘Men steekt geen lamp aan en zet hem onder de korenmaat’ (5:15), ‘Niemand kan twee heren dienen’ (6:24),
‘Weest niet bezorgd voor morgen, want de dag van morgen zal voor het zijne zorgen (6:34),
‘Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ (7:1).
Christus leert tijdens dit onderricht op de berg -tijdens de Bergrede dus- zijn intiemste leerlingen ook het Onze Vader (6:7-13).

Na nog andere overbekende uitspraken als: ‘Haal eerst de balk uit je eigen oog, en pas dan de splinter uit het oog van de ander’ (7:5) en ‘Werpt uw parelen niet voor de zwijnen (7:6) volgen er nog enkele soortgelijke woorden, waarmee het Mattheüs-evangelie zich duidelijk afzet tegen de traditionele oudtestamentische omgang met de Joodse wetten en voorschriften. In deze context moeten we de perikooptekst van de 8e zondag na Trinitatis een plaats geven. Zeker wanneer we vlak voor die tekst in het evangelie nog de woorden lezen:
‘Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.’ (NBG-vertaling)
‘Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten’. (Mattheüs 7:12 NBV-vertaling)

Het beeld van de nauwe poort en de smalle weg spreekt waarschijnlijk wel voor zich, maar het is in dit verband misschien eens goed om er op te wijzen dat het christendom niet alleen een geloofsleer is, die door de grondlegger van de religie is gepredikt. In het Christendom leeft het element van de daad; Christus heeft het Christendom ‘gedaan’.
Anders gezegd in woorden voor de pedagoog: het gaat er bij het Christendom niet alleen om het kennen dat samenhangt met de tijdstroom uit het verleden, het gaat om de wil, om het doen, met datgene dat samenhangt met de tijdstroom vanuit de toekomst. Inzichten die in het bewustzijn opwellen moeten doordringen tot het morele leven, tot in daden van mensen.

Rudolf Steiner zegt het zo:
Iets dat begrepen moet worden, als we het mysterie van Golgotha werkelijk willen benaderen, is dit: wat is eigenlijk het beeld van wat Christus Jezus zelf geloof of vertrouwen noemt? We hebben tegenwoordig een veel te theoretische, veel te abstracte voorstelling van het geloof. Gaat u eens na wat een mens van nu zich veelal voorstelt bij geloof, wanneer hij over de tegenstelling tussen geloof en weten spreekt. Hij stelt zich dan voor: wat je op de een of andere manier kunt bewijzen, dat is een weten; wat je niet kunt bewijzen maar toch als waar beschouwt, dat is een geloof. Het is mensen erom te doen op een bepaalde manier iets te kennen, iets in te zien. Maar als ze deze kennis, dit inzicht een geloof noemen, menen ze dat deze kennis, dit inzicht niet volledig te bewijzen valt……

Wat is het doel van geloven, van het geloof? Het doel van het geloof is dat het iets bewerkstelligt, iets voortbrengt. Het moet niet alleen een voorstelling, een weten opwekken; er moet, als we geloof hebben, iets kunnen gebeuren door dat geloof. Kijkt u het evangelie er maar op na. Overal waar u het opslaat en waar u de uitdrukkingen ' vertrouwen' en 'geloof' vindt, overal zult u vinden dat het om deze actieve voorstelling gaat, dat we iets moeten hebben waardoor iets tot stand gebracht wordt, iets gedaan wordt, waardoor er iets gebeurt. Dat is buitengewoon belangrijk…..

Denkt u nu terug aan wat we eerder hebben gezegd: het geloof moet niet enkel een surrogaat voor weten zijn; het geloof moet iets teweegbrengen. Wat het teweeg moet brengen is: het moet onze morele voorstellingen reëel maken. Het moet die op zijn schouders nemen en er een nieuwe wereld uit bouwen. Daar gaat het om, dat onze geloofsvoorstellingen niet alleen een onbewezen weten zijn, iets wat ik geloof omdat ik het niet weet, het gaat erom dat in wat ik geloof de kracht ligt om uit de kiem 'moraliteit' een nieuwe planeet te realiseren. Die kracht moest door het Mysterie van Golgotha in de ontwikkeling van de aarde worden neergelaten. Die kracht moest in de ziel van de leerlingen worden geplant, toen zij erop gewezen werden wat diegenen niet meer hadden die alleen de schrift hadden. Op de kracht van het geloof komt het aan. En als we niet begrijpen wat Christus brengt, juist waar het woord 'vertrouwen', 'geloof’ zo dikwijls wordt uitgesproken, begrijpen we niet wat zich in de tijd waarin het Mysterie van Golgotha plaatsvond, met de ontwikkeling van de aarde heeft verbonden.

uit: Rudolf Steiner: Inzicht in het mysterie van Golgotha (GA 175)
3e voordracht – Berlijn, 10 april 1917
uitgeverij Christofoor - Zeist

Het Christendom is hoofdzakelijk een zaak van de WIL, een zaak van het handelen. Misschien vandaar die nauwe poort, waarvan sprake is in de perikooptekst voor deze zondag en de zin: ‘Niet ieder die tot mij zegt: Heer, Heer zal het rijk der hemelen binnengaan,maar wie doet wat mijn vader in de hemelen wil.‘ Zoals hierboven al vermeld had Christus zijn leerlingen het Onze Vader met de zin: Uw wil geschiede… al geleerd en voorgebeden.

In de perikooptekst wordt ook gesproken over valse profeten. Die valse profeten worden ook op andere plaatsen in de evangeliën genoemd zoals:

‘Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden.’
(Mattheüs 24:23-24)

‘Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, zie, Hij is daar, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen tekenen en wonderen doen om, ‘ware het mogelijk, de uitverkorenen te verleiden. Doch gij, ziet toe: Ik heb het u alles voorzegd. (Marcus 13:21-23)