maandag 5 januari 2009

1e zondag na Epifanie

Duccio di Buonisigna: De twaalfjarige Jezus


Lucas 2 : 41 – 52 Toen Jezus twaalf jaar oud was.

In de perikoop voor de 1e zondag na 6 januari (Epifanie) wordt verhaald hoe het twaalfjarige Jezuskind uit het Lucas-evangelie met zijn ouders op het Joodse Paasfeest naar de tempel in Jeruzalem gaat en daar verdwijnt. De leeftijd van twaalf/dertien jaar is in de Joodse traditie de tijd van de Bar Mitzwah, bij jongens 13 jaar, bij meisjes 12 jaar (Bat Mitzwah). De zoon wordt geacht dan de leeftijd te hebben bereikt dat hij zich zelfstandig aan de wet (van Mozes) kan houden. De vader wordt dan ontslagen van die verantwoordelijkheid voor zijn zoon. De ouders van Jezus zijn vanuit Nazareth naar Jeruzalem gereisd, maar op de terugweg merken zij dat zij Hem kwijt zijn geraakt en zoeken zij Hem overal. Zij gaan terug naar de stad waar zij Jezus uiteindelijk vinden bij de leraren in de tempel. Hij zit daar en onderricht hen. 'En ieder stond versteld over zijn inzicht en de inhoud van zijn antwoorden', staat er in de evangelietekst.

Volgens Rudolf Steiner vertelt het evangelie hier over het moment waarop het lichaam van het twaalfjarige Jezuskind uit het evangelie volgens Lucas doordrongen wordt door de hogere wezensdelen van het Jezuskind uit het evangelie volgens Mattheüs. Ofwel het fysieke lichaam, etherlichaam en astraallichaam van het nog nooit op aarde geïncarneerde en dus totaal onschuldige Lucas-Jezuskind wordt doordrongen met het Ik van Zarathustra. Dat laatste kind is namelijk de wedergeboren leraar naar wie de wijzen uit het oosten op zoek waren. Deze individualiteit had gedurende vele incarnaties juist wel heel veel aan aarde-ervaring en wijsheid verzameld.
Jezus bleef achter in de tempel zonder dat zijn ouders het wisten. Hij is dan drie dagen alleen in de tempel. De term ‘tempel’ staat ook in de beeldentaal van de Bijbel voor ‘lichaam’. Zijn lichamelijke organisatie verandert volledig in die drie dagen. Het onschuldige, bijna heilpedagogische Lucas-Jezuskind, blijkt daarna opeens wijs en verstandig te zijn. Het evangelie vertelt daarover dat Hij zelfs de leraren in de tempel onderricht. Er is vanaf dit moment dus geen sprake meer van een onnozel Lucas-Jezuskind. In het kind is nu de oude ziel en de individualiteit van het Mattheüs-Jezuskind/Zarathustra werkzaam, waardoor het eerst onnozele maar volmaakt liefdevolle kind nu plots met wijsheid en inzicht de leraren in de tempel kan onderrichten en versteld doet staan. De twee Jezuskinderen zijn een geworden.
De twaalfjarige lijkt nu ook bewustzijn te hebben voor wie Hij is en waar Hij hoort: 'Wist gij niet, dat ik in het huis van mijn vader moet zijn?'
Het andere kind (fysiek lichaam, etherlichaam en astraallichaam van Zarathustra) sterft volgens Rudolf Steiner snel. Zarathustra offert in deze incarnatie zijn eigen lichamelijkheid en verbindt zich met de Jezusgestalte uit het Lucas-evangelie. Bij de doop in de Jordaan zal het Ik van Zarathustra nogmaals zijn fysieke, etherlichaam en het astrale omhulsel verlaten en dan plaatsmaken voor het hoogste Zonnewezen, de Christus.

Het evangelie besluit (Lucas 2:51-52) met te vertellen dat de ouders het kind mee terug namen naar Nazareth. Daar groeide Hij verder op tot de tijd van de Doop in de Jordaan. De vertaling van Julia van Andel is: 'In Jezus groeide de wijsheid en rijpte het karakter, en zijn gestalte werd schoon voor God en de mensen. Elk woord in het evangelie heeft een diepere betekenis. De wijsheid groeide – zijn ziel, astraallichaam, het karakter rijpte – zijn gewoontes en levenskrachten, etherlichaam, de gestalte werd schoon - de uiterlijke verschijning, fysieke lichaam. Het Ik vervolmaakte in de jaren tussen deze gebeurtenis en de doop in de Jordaan steeds meer de drie andere wezensdelen van de mens Jezus tot de tijd dat het Zonnewezen van de Christus zich ermee zou kunnen verbinden.

Rembrandt: De twaalfjarige Jezus