Posts tonen met het label Michaël. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Michaël. Alle posts tonen

dinsdag 21 september 2021

Michaël voor Golgotha (een Russische legende)


Michaël, de Drakendoder

J.D. Habegger, Argentinië



Michaël voor Golgotha
(een Russische legende)

Aan het kruis genageld in het veld op Golgotha,

de armen uitgespreid en de handen pijnlijk bloedend,

hing aan het kruis in het midden van de aarde Christus,

het werk van Zijn goddelijke handen verheffend:

deze wereld van vier dimensies

- in de lengte, de breedte, de hoogte, de diepte.

De engelen stegen op naar en daalden af uit de hemel

en verzamelden zich tot één gemeente.

De hemelse machten bogen zich voor Zijn vrijwillig lijden.


Geprezen zij Uw lankmoedigheid, Heer


De hemelse heerscharen - alle negen hiërarchieën

Engelen, Aartsengelen, Oerkrachten,

Machten, Krachten, Heerschappijen,

Tronen, Cherubijnen, Serafijnen,

stonden allen voor Hem,

voor de troon der heerlijkheid

geleidelijk opstijgend en afdalend.

En de doden stonden op uit hun graven,

verlieten hun dodenbed en naderden het kruis, 

en bogen diep voor Zijn heilzaam lijden.


Geprezen zij Uw lankmoedigheid, Heer


De twee gekruisigde misdadigers:

- Saphet en Themach - 

stierven de smartelijke dood aan het kruis

in doffe, doodse loomheid.

Hun gedachten stierven

hun versplinterde schuldige verstand vervaagde - 

duisternis maakte hun ogen blind

de zintuigelijke en de geestelijke

hun harten vergingen smekend:

Genadige Heer God,

Heb medelijden met de gevallenen!


Haar armen als in een kruis uitgespreid naar haar Zoon,

die zelf ook zijn armen aan het kruis had uitgespreid

zinkt onder het kruis neder

onze meesteres,

de heilige moeder Gods.

Het zwaard van smart doorboort haar hart,

met tranen werd haar hart gedoopt

en geheel verscheurd,

De tranen die werden vergoten

zijn opgedroogd.


Hemelse Koning, mijn Zoon!


Drie sterren, als drie goddelijke kaarsen

lichten op uit de duisternis van de maagdelijke moeder, 

die het onbegrijpelijke, wonderbaarlijke baarde,

het onnaspeurlijke licht 

en redding van de wereld.


Geprezen zij Uw lankmoedigheid, Heer


Twaalf poorten openen zich waar de zon opkomt -

twaalf anderen in het westen -

twaalf boven de zee -

en van alle paden 

van lagere en hogere woningen van de hemel,

verzamelen zich de hemelse machten

bij het kruis.


Twee engelen brachten een oude man

Hem ondersteunend onder de armen

Het was de eerbiedwaardige broze Adam,

de eerst geschapene

en zij plaatsten hem

voor het aangezicht van de Heer.


Met gebogen hoofd 

hing Christus aan het kruis

zodat alle volkeren

Hem konden aanbidden

voor de verlichting en vergeving 

van de zonden van degenen,

die door geloof 

naar de hemel kunnen opvaren.


Hij werd gedrenkt met bittere gal

Hij de Ene van het oerbegin, 

de Enige die zonder begin en einde is.


Er klonk een stem van het kruis:


Voor jou en voor je kinderen

ben ik naar de aarde gekomen

ben ik uit de hemel afgedaald

naar het kruis,

ben ik aan het kruis geslagen.

Heden vervul ik het verbond

vergeef jezelf je schuld!

En Adam zuchtte:

Alzo was Uw wil,

alzo was het Uw wil,

Heer mijn God.


Geprezen zij Uw lankmoedigheid, Heer


De engelen, de hemelse heerscharen verheugden zich,

voor Adam Christus lovend,

die de zonde van de eerstgeborene nu inloste

Voorbij zijn de donkere nachten

De pijn is weg genomen!

En zij stegen vanaf het kruis omhoog

in angst en vreugde

naar de hemel der hemelen,

Christus prijzend voor Zijn hemelse Vader!


Geprezen zij Uw lankmoedigheid, Heer


De hemelse heerscharen - alle negen hiërarchieën

Tronen, Cherubijnen, Serafijnen,

Machten, Krachten, Heerschappijen,

Engelen, Aartsengelen, Oerkrachten

stegen op tot de troon van God

het goddelijke lijden lovend en prijzend.


En een der engelen in de heilige kring,

heerlijk van aangezicht, 

stond voor het kruis, onbeweeglijk.

Hij alleen keek zwijgend naar Christus.


Hoe kan het!

Gods Zoon, de geliefde zoon, de broeder,

Christus de Koning der Hemelen,

de schepper van hemel en aarde

is verkocht voor dertig zilverlingen,

en hangt nu aan het kruis!

Hij lijdt, Zijn bloed stroomt 

van Zijn hoofd tot aan Zijn voeten.

Niemand komt Hem te hulp, 

verlaten is Hij,

Nergens is bescherming,

onschuldig hangt Hij aan het kruis!


Niemand zag deze engel - alleen Christus

En alleen naar Christus

keek deze engel.

Hij kon dit niet zomaar laten gebeuren.

zijn vingers waren vast,

in elkaar samengebald,

en de rook - zoals de blauwe kringen uit het wierookvat

kronkelde omhoog tussen scherpe gewrichten.

Wit glansde zijn speer in zijn hand.

Boven de rokende schacht

ruisten, blauw als onweersbuien,

de stormachtige vleugels van woede

als van een arend.

Roerloos, zwijgend, kon hij niet,

wilde hij niet Christus aan het kruis zien.

Alle hemelse machten

keken elkaar verbaasd aan en baden de engel

om tot de troon der heerlijkheid op te stijgen

en daar voor de hemelse Vader de Zoon te prijzen.

Het hart bonsde,

een gedachte vlamde op in het brandende hart:

Hij alleen kan en wil en moet

opstaan om te beschermen.

Hij kan steden en dorpen tuchtigen,

de velden, de heuvels en wouden.

Hij zal de hele wereld vernietigen,

de kroon van de zon uitdoven

als boetedoening voor kruis en kwelling.


Geprezen zij Uw lankmoedigheid, Heer


Alleen, onbeweeglijk,

standvastig en zwijgend

stond de felle wreker,

de hoogste engel,

de overwinnaar van vijanden

vlammende voor het kruis:

aartsengel Michaël.

In een sneeuwwitte kokende draaikolk

rezen de hemelse heerscharen op, lovend

- van het kruis - over de sterrencirkel - tot aan de troon.

En Christus gebood de engel

om naar de hemel omhoog te stijgen

en het kruis te verlaten.


Volg op het gebod!


Maar trouw aan het kruis

stond de engel ervoor,

weggaan kon hij niet:

Heer, U ziet,

ik kan uw kruisiging niet verdragen.

Maar God beval hem 

van het kruis terug te treden.


Volg op het gebod!


Maar de engel verroerde zich niet.

Standvastig, onbuigzaam

stond hij trouw voor het kruis:

Heer, hoe moet ik gaan?


En ten derde male 

klonk een stem vanaf het kruis met afwijzen

en beval de engel terug te treden van het kruis

en naar de hemel op te stijgen.


Volg op het gebod!


En schaduwen - naar de Geest luisterend - 

trokken over het bleke gelaat,

bevend deed de engel een stap van het kruis vandaan.

Daar stond hij plotseling en draaide zich om,

donkere schaduwen trokken over het witte voorhoofd,

De stormachtige vleugels sloegen als die van een adelaar,

de ogen waren blauw 

en diep als de afgrond in het bos.

Dit lijden te moeten aanzien,

en over de macht beschikken

om het af te wenden,

maar dat niet mogen!


Heer, verlang het niet van mij!

Gij ziet mijn brandende hart

Gij kent mijn liefde,

zij heeft geen grenzen,

ze kent geen gebod.

Waartoe heb ik de macht 

wanneer Gij mij verbiedt

aan Uw kwellingen een einde te maken?

Uw wil en uw woord kan ik niet weerstreven

maar mijn liefde kan ik niet opgeven.


En het vuur van zijn liefde was zo groot,

het lijden zo enorm bitter,

de pijn zo onmetelijk.

Alle aderen van het hart gloeiden.

De engel kon zich niet overgeven,

Hij kon Gods gebod niet opvolgen.

Hij ontspande zijn vingers

Stil ontsnapte een vlam aan zijn hand.

blauw, levendig gloeiend,

het vuur zinderend en brandend,

grauw was de duisternis,

de zeven hemelse kringen trokken samen

en de aarde beefde.


In het gebrul van de in vieren gespleten

en verschrikkelijke bazuinen van de wee

stegen de vier winden op

uit de vier richtingen van de koperen hemel.

Zij ruisten van oost naar west,

van noord naar zuid.

Wie wees hen de weg?

Waar wilden zij heen?

Zij konden zichzelf niet tegenhouden.

Ze hadden geen rust.

In waanzin sloegen ze in de zee,

zodat die opsteeg

en de hele aarde dreigde te verdrinken.

De peilers van de hel sidderden.


Maar in de donder, het gehuil en het kreunen

werd het lijden nog scherper,

de woede vond geen uitweg.

En de engel zond zijn speer in de aarde-duisternis

waar angst verborgen,

waar laster, vervolging was,

waar het verlies treurde.

Het weerloos gekwelde hart 

bonsde, onbewust

het nutteloze medelijden faalde,

de beschermende zorg verrotte.

Als een bliksem die de duisternis doorbrak,

trof de speer de tempel,

sneed door de koepel,

vernielde het voorplein

en van boven naar beneden brak de muur,

de engel scheurde

de voorhang in de tempel in tweeën

als een getuigenis van de Mensenzoon 

voor het lijden en het kruis,

opdat zij zouden zien en erkennen.


En op datzelfde moment stierf Christus

de Vadergod prijzend.


De eengeboren Zoon gaf de geest

de grote licht-engel,

het Logos-woord van God

door Zijn dood overwinnend de dood.


Geprezen zij Uw lankmoedigheid, Heer

geloofd zij Uw smart,

geloofd zij Uw kracht,

Heer en God!


bron: Aus Michaels Wirken
legenden verzameld door Nora von Baditz
uitgegeven bij: J. CH. Mellinger Verlag, Stuttgart (1959 / 1977)

zondag 22 september 2019

Michaels strenge afwijzing

Hans Memling: Aartsengel Michael  (ca 1479) 


‘Michaël komt, wanneer hij de mensheid tegemoet treedt, met een heel duidelijk afwijzend gebaar voor veel dingen waarmee de mens op aarde zich tegenwoordig bezighoudt. Bijvoorbeeld alles wat de mens aan kennis verwerft over het leven van mens, dier of plant, dat terugvoert op erfelijke eigenschappen, op wat in de fysieke natuur wordt overgeërfd. Daarvan kun je voelen, dat Michaël dat voortdurend afwijzend van zich afstoot. Hij wil daarmee laten zien dat zulke inzichten de mens helemaal niets opleveren voor zijn relatie tot de geestelijke wereld. Alleen dat wat de mens onafhankelijk van de erfelijkheid in mensheid, in het dieren- en plantenrijk ontdekt, alleen dát kan omhoog worden gebracht tot Michaël. En daarvoor ontvang je niet die veelzeggende afwijzende handbeweging, maar een goedkeurende blik die zegt: Dat is helemaal in harmonie met de leiding van de kosmos.’
uit: Rudolf Steiner: Die Weltgeschichte in anthroposophischer Beleuchtung (GA 233) Mysteriënstätten des Mittelalters Rosenkreuzertum und modernes Einweihungsprinzip
6e voordracht - Dornach, 13 januari 1924

======
Gregor Mendel - een Oostenrijkse monnik (1822-1884) - kruiste in het midden van de 19e eeuw verschillende variëteiten van de erwtenplant. Zijn onderzoek leidde tot inzichten in de wetmatigheden in de overerving, en zijn werk werd rond 1900 bekend. Maar Mendel wist nog niets van DNA en chromosomen. Misschien zou het ook opgaan voor andere soorten en ook voor de mens.
In 1869 werd het DNA ontdekt door de Zwitserse biochemicus Johann Friedrich Miescher. Het DNA is de stof waaruit chromosomen zijn opgebouwd, die in iedere cel van het lichaam zitten, met een soort ‘code’ waarin alle erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Op de chromosomen zitten de genen. Een gen is een stukje DNA.
Darwin was in dezelfde tijd gekomen met zijn theorie dat evolutie van soorten wordt gedreven door natuurlijke selectie.
Darwins evolutietheorie vormt tegenwoordig, samen met de erfelijkheidsleer van Mendel, de basis van alle biologische theorie.
Dan neemt Michaël als tijdgeest in 1879 de leiding over van de aartsengel Gabriël, we vernemen wat Rudolf Steiner begin 1924 over Michaël zegt: dat Michaël alles afwijst, wat met het onderzoek naar erfelijkheid te maken heeft. Het levert niks op in de verhouding tussen de mens en de geestelijke wereld.

We vinden het tegenwoordig zo normaal om te zeggen: ‘Dat zit in de genen’. De geaccepteerde wetenschap wil ons niets anders laten geloven. TV-programma’s als ‘DNA-onbekend’ en ‘Verborgen Verleden’ zijn behoorlijk populair bij de kijkers, maar ook wijzelf zijn kinderen van onze tijd; ons denken is beïnvloed - om niet te zeggen geïndoctrineerd - door de algemeen geldende opvattingen; kinderen moeten het op school leren: ‘Elk gen beschrijft de code van een kenmerk, die (mede) bepaalt hoe je er uit ziet, hoe je lichaam werkt of hoe je bent.’ De laatste tijd kun je via internet zelfs je eigen DNA laten onderzoeken, zodat je je erfelijkheidslijn geanalyseerd krijgt. Daar is blijkbaar goed geld mee te verdienen en het vindt aftrek.

Nu moeten we ons als moderne een-en-twintigste-eeuwers natuurlijk niet buiten de werkelijkheid van onze tijd plaatsen. De wetenschap heeft ons veel goeds en bewonderenswaardigs gebracht.
Rudolf Steiner vertelt de eerste leraren ook dat de mens zijn lichamelijke organisatie – fysiek, ether- en astraallichaam – met de wereld om ons heen gemeen heeft; met de mineralen, de planten en de dieren. Maar de mens heeft ook ziel en geest, de ziel met drie kwaliteiten: gewaarwordingsziel, verstand/gemoedsziel en bewustzijnsziel. De geestelijke wezensdelen van de mens worden vooralsnog behoed in de schoot der hiërarchieën. Sinds het punt in de wereldontwikkeling dat wordt aangeduid met de term ‘de zondeval’, speelt de erfelijkheid toch zeker een rol. Vanaf dat moment verdichtte de aarde zich steeds verder zodat uiteindelijk de planten, dieren en mineralen verschenen, terwijl tegelijkertijd met de veranderende omstandigheden het mensenwezen steeds verder verdichtte. Voor het lichamelijke aspect van ons bestaan, staan we als mens wel degelijk in de stroom van de erfelijkheid.
Het fysiek, ether- en astraallichaam zijn zelfs aan de mens geschonken door de engelen, aartsengelen en Archai vanuit de tijd dat zij een mensheids-ontwikkeling doormaakten. Die wezensdelen zijn dus niet ons eigen werk, maar dienen nu als ‘schaal’ voor het mensen-Ik. Daar zit het stuk erfelijkheid.
Eenmaal ingedaald in de ‘schaal’ van de lichamelijkheid begint de aardse opgave van de mens: als 10e hiërarchie in vrijheid de kosmos verder te brengen en om te vormen tot een gemeenschap van liefde.
Daarvoor is nodig dat de mens opnieuw de geestelijke werkelijkheid achter de zintuiglijke wereld – dieren, planten en mineralen – moet leren herkennen als gelijk aan het geestelijke in hemzelf. De aandacht moet zich daarvoor verleggen naar de ziel en de geest, die zelfs herkennen achter de realiteit van de stroom van de erfelijkheid.
Steiner droeg nog meer zaken aan die Michaël met een afwerend gebaar van zich afstoot: nationalistische gevoelens, zaken die geregeld – of beter ontregeld - worden op basis van nationaliteit, dat gaat allemaal in tegen het Michaël-principe. Je kunt vermoeden dat Steiner destijds duidde op de jaren van het Nationaal-Socialisme die nog zouden volgen. Maar wat zien we in onze tijd? ‘America first’ of ‘Eigen volk eerst’ zoals je op dit moment in ook Europese landen de kop op steekt, het druist allemaal in tegen wat Michaël wenst te zien. En verder?

Het is bijvoorbeeld al zo goed als vergeten dat iemand als Jozef Mengele op een lugubere manier onderzoek deed naar erfelijkheid o.a. op tweelingen, waarbij hij medische experimenten uitvoerde, vaak met dodelijke afloop, en daarbij ook gevangenen selecteerde voor de gaskamers. De ideeën die aan dit soort onderzoek ten grondslag lagen kwamen voort uit het tot in extremo doorgedacht materialisme.
De resultaten van zijn onderzoekingen zijn echter niet verloren gegaan. Ze worden binnen de medisch-wetenschappelijke wereld weliswaar afgekeurd en als misdadig beschouwd en men acht de resultaten van zijn experimenten wetenschappelijk gezien onbruikbaar, maar dan vooral omdat de achterliggende gedachte, dat het ene ras superieur is aan het andere, terecht als ongefundeerd wordt geacht. De geschiedenis heeft op schaamteloze wijze aangetoond, waartoe die eenzijdige opvatting – dat de mens bepaald wordt door zijn overgeërfde eigenschappen –, toe leidt.
Maar na die tijd zijn toch nog tweelingen en drielingen vlak na de geboorte uit elkaar gehaald en als experiment moedwillig bij families van verschillende sociale klassen ondergebracht, om te onderzoeken wat sterker was: ‘nature’ of ‘nurture’ (aanleg-opvoeding) - de natuur of de invloed van de sociale omgeving. Gelukkig wordt binnen de wetenschap ook over deze praktijken nu met afschuw gesproken. Maar tegelijkertijd loopt aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam nog steeds een onderzoek naar de ontwikkeling tweelingen. De twee broers die ik ken, worden al meer dan zestig jaar in dit onderzoek gevolgd. Wanneer zij met z’n tweeën weer in Rotterdam worden uitgenodigd, noemen zij dat zelf met wat galgenhumor ’weer een dagje ‘Josef Mengelen’.

De stroom van het lichamelijk voortbestaan is de wereld van de Vadergod, waaruit alle substantie en ook de mens is voortgekomen. En daarin stamt elk mens af van de eerste: Adam. Vanaf het mysterie van Golgotha werkt er in de mensheid en in de hele schepping een nieuwe impuls. Sindsdien is het bloed niet alleen drager van de bloedverwantschap, maar is drager geworden van onze geest – zoals het lichaam drager is van onze ziel – en draagt de mens bij aan de transformatie van de aardesubstantie.

Met elk menselijk stoffelijk overschot worden aan de aarde nieuwe levengevende krachten binnengevoerd. Dat is de transsubstantiatie. Tot in de verre, verre toekomst is het de taak van de mensheid om deze aarde mede om te vormen tot een nieuwe planetaire bestaansvorm.
Het Christus-wezen, dat Zijn eigen lichamelijkheid tot en met de chemische processen binnen de botstructuur kon doordringen en het mensenwezen daarmee aan de dood der materie kon ontrukken, is de mensheid daarin voorgegaan.
In dit licht kunnen we het afwijzende gebaar van Michaël begrijpen. Het gaat niet meer om de Oude Adam via de erfelijkheid, maar ieder individueel mens kan een verbinding zoeken met de Nieuwe Adam, het Christuswezen waarop de apostel Paulus duidde. 
Het kan een oproep zijn om over na te denken.

Eerder verschenen in Nieuwsbrief No. 15 (september 2019)
van de Landelijke Ledengroep Christologie en Antroposofie

woensdag 5 oktober 2016

Michaël


Fra Angelico: Michaël

uit een voordracht van Rudolf Steiner:

De oude Rozenkruisers-beweging wordt gekenmerkt door het feit dat de meest verlichte geesten een intens verlangen hadden om Michael te ontmoeten. Zij konden dat alleen als in een droom. Sinds het einde van het laatste derde deel van de 19e eeuw, kunnen de mensen Michael op een bewuste manier ontmoeten in de geest.

Maar Michael is een eigenaardig wezen. Michael is een wezen dat eigenlijk niets openbaart, wanneer men hem zelf uit ernstige geestelijke arbeid op aarde niet iets tegemoet draagt. Michael is een zwijgzame geest. Terwijl de andere heersende Aartsengelen geestwezens zijn, die veel spreken - in geestelijke zin natuurlijk - is Michael een gesloten geest, een geestwezen dat heel weinig zegt, die hooguit zo nu en dan korte aanwijzingen geeft. Wat men van Michael ervaart, is eigenlijk niet echt het woord, maar - als ik het zo mag uitdrukken - zijn blik, de kracht van zijn blik.

Dat komt omdat Michael zich vooral bekommert om alles wat de mensen vanuit de geest scheppen. Hij leeft met de gevolgen van dat wat de mensen hebben gemaakt. De andere geestwezens leven meer met de oorzaken, Michael leeft meer met de resultaten. De andere geestelijke wezens impulseren in de mens wat hij moet doen. Michael wil eigenlijk de geestelijke held van vrijheid zijn. Hij laat de mensen zelf handelen, maar dan neemt hij op wat er uit de menselijke daden voortkomt. Hij ontvangt het en draagt ​​het aan en uit in de kosmos, om het in de kosmos verder te laten werken, wat de mens nu zelf nog niet kan doen.

[…]

Michael is echter niet alleen maar een stille, zwijgzame geest. Michael komt, wanneer hij de mensheid tegemoet treedt, met een zeer duidelijk gebaar van afwijzing met betrekking tot veel dingen waarmee een mens tegenwoordig op aarde nog leeft.

Bijvoorbeeld bij alles wat de mens over het leven van mens, dier of plant aan kennis opbouwt, dat terugvoert op overgeërfde eigenschappen, dat wat in de fysieke natuur wordt overgeërfd, kunnen we voelen hoe Michael dat voortdurend afwijzend van zich afstoot. Michael wil daarmee laten zien dat zulke kennis de mens helemaal niet kan helpen in zijn relatie tot de geestelijke wereld.
Alleen dat wat de mens onafhankelijk is van het enkel zuiver overerfbare in mensheid, dieren- en plantenrijk, alleen dát kan omhoog worden gebracht tot Michael.

En daarvoor ontvangt men niet de veelbetekenende afwijzende handbeweging, maar de goedkeurende blik die zegt: Dat is juist en geheel in harmonie met de kosmische leiding. Want daar moeten we steeds meer naar leren streven: onze gedachten zo te richten, dat we kunnen doorstoten tot aan het astrale licht om achter de geheimen van het bestaan te schouwen, en dan voor Michael te treden en zijn goedkeurende blik te ontvangen die ons zegt: Dat is goed. Het is in harmonie met de kosmische leiding.

En zo verwerpt Michael ook streng alle scheidende elementen, zoals de verschillende menselijke talen. Zolang we elk onze kennis alleen omhullen in onze eigen taal en het niet in de gedachten recht omhoog dragen, zullen we niet in de nabijheid van Michael kunnen komen. Hierover wordt er in onze tijden in de geestelijke wereld een belangrijke strijd gevoerd. Want aan de ene kant is deze Michaël-impuls van de mensheidsontwikkeling binnengekomen. De Michaël-impuls is er. Maar aan de andere kant is er ook veel binnen de mensheidsontwikkeling dat deze de Michaël-impuls niet wil opnemen; dat deze Michaël-impuls wil afwijzen. Tot dat wat de impuls van Michael vandaag de dag wil terugwijzen behoren nationalistische gevoelens. Die kwamen op in de 19e eeuw en werden in de 20e eeuw steeds sterker - meer en meer sterker. Naar dit principe van de verschillende nationaliteiten zijn de laatste tijd veel dingen geregeld - of liever gezegd, helaas ontregeld.
Dat alles gaat in tegen het Michaël-principe. Het bevat ahrimanische krachten die strijden tegen de in het aardse leven van de mensen binnenstromende Michaël-krachten. En zo zien we een oorlog gevoerd worden door naar omhoog aanstormende ahrimanische wezens, die graag omhoog willen dragen wat voortkomt vanuit de overgeërfde nationalistische impulsen, die Michael streng afwijst en afstoot.

uit:
Rudolf Steiner: Die Weltgeschichte in anthroposophischer Beleuchtung (GA 233)
6e voordracht - Dornach, 13. Januar 1924

vrijdag 25 september 2015

In het tijdperk van Michaël

Liane Collot d'Herbois
Afgaande op de situatie in de wereld - de vluchtingen vanuit het Middenoosten en Afrika naar Europa, de oorlogssituatie in die gebieden maar ook de reacties daarop in de politiek en publieke opinie - moeten er in onze tijd vele vragen ontstaan. Kinderen zien tegenwoordig veel, horen veel, via ouders of de media. Ze krijgen veel mee van wat er op het wereldtoneel speelt. En ook bij hen leven de vragen, die iedereen heeft: Wat gebeurt er allemaal in de wereld? Waarom is er oorlog? Wat is IS? Waarom die verschrikkingen? In wat voor tijd leven we toch?

Je zou je kunnen afvragen of men in de scholen waarneemt, dat kinderen/leerlingen eigenlijk hulp zouden kunnen gebruiken om de huidige wereldsituatie te begrijpen, te kunnen plaatsen. Veel van wat er nu op het wereldtoneel plaats vindt, treedt ook nog eens op onder de mantel van de religie. En zo kun je logischer wijs overal religie-afwijzende meningen horen: ‘Het heeft allemaal met geloof te maken. Religie daar moet je niet mee te maken willen hebben. Religies brengen alleen maar oorlog.’
Misschien is eventuele duiding van het wereldgebeuren niet alleen nodig voor de leerlingen in het Voortgezet Onderwijs, maar zelfs ook al binnen het Primaire Onderwijs. En is het ook voor onszelf niet belangrijk om te proberen een positie te bepalen? Niet om populistisch te ver-oordelen, maar om te proberen te oordelen en te duiden? Die laatste twee zijn juist belangrijk om met een bewust Ik-gevoel jezelf in de wereld staande te kunnen houden.

Emil Bock schreef:
Wie onafhankelijk en vrij in zijn tijd wil staan en tegen het levenslot opgewassen wil zijn, mag er niet mee volstaan, datgene wat zich uiterlijk om hem heen afspeelt slechts waar te nemen. Hij moet ernaar streven, door te dringen tot het innerlijke doel en tot de goddelijke plannen, waaruit het gebeuren van zijn tijd voortvloeit. Hij moet trachten te onderkennen, welke stand de wijzer op de wijzerplaat van de innerlijke wereldklok heeft bereikt.

In het hoofdstuk ‘In het tijdperk van Michaël’ uit zijn boek 'Michaël' deelt Emil Bock een aantal inzichten, waarmee wij misschien iets kunnen beginnen.

Vanuit aanwijzingen van Rudolf Steiner kunnen we leren dat omstreeks het jaar 1879 de aartsengel Gabriel (maan) de leiding van de tijdperken heeft overgedragen aan de aartsengel van de zon: Michaël. Dat de verschillende tijdperken in de aardegeschiedenis door geestelijke wezens geleid worden, is een oude wijsheid die terugvoert op kerkgeleerden als Agrippa von Nettesheim en zijn leermeester Johannes Trithemius. Door Rudolf Steiner zijn die aanwijzingen opnieuw geestelijk onderzocht, bevestigd en beschreven.

Wij leven dus in een tijdperk, dat onder leiding staat van de tijdgeest, die wij kennen als de aartsengel Michaël. Dit gegeven geeft ons al een richting om de gebeurtenissen in de wereld te leren duiden en begrijpen aan de hand van wat wij over Michaël weten. Wat is het namelijk karakter van een Michaëltijdperk? De laatste keer dat Michaël de leidende tijdgeest was, liep van ongeveer 700 tot ongeveer 300 voor Christus en misschien kan een blik op dat tijdperk in de geschiedenis ons een indruk geven van het karakter van onze eigen tijd. Emil Bock analyseerde het voor ons en er springen volgens hem drie duidelijke kenmerken in het oog van die zo belangrijke historische tijd:

- Het eerste is dit: nauwelijks enige andere tijd kan op een zo enorme rijkdom aan verlichte geestelijke leiders bogen als deze tijd. Waarheen we ook kijken op de wijde aardbol: overal komt het ons voor alsof we op een rijke, verlichte vergadering van grote geesten stoten. We kunnen ons niet genoeg verwonderen over de gelijktijdigheid daarvan. (Emil Bock)

In dat voorchristelijke tijdperk leefde de gehele reeks oudtestamentische profeten, van Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Daniël, en Jona tot aan Ezra en Nehemia. Zij zijn de zonen van dat tijdperk van Michaël.
Ook in diezelfde tijd leefden en werkten in Griekenland de grote filosofen: Heraclitus, Pythagoras, Socrates, Plato en Aristoteles. In hen leefden de godgegeven gedachten waaruit ons huidige westerse denken is voorgekomen. Verder leefden toen en daar de scheppende kunstenaars, zoals de beeldhouwers Pericles, Phidias, Praxiteles, schrijvers als Aeschylus, Sophocles en Euripides en noem er nog meer.
In India wandelde in dat Michaëltijdperk de heilige Gautama Boeddha, de Verlichte, over de aarde. Een andere zoon van dat Michaëltijdperk was Zarathustra, de grote leraar van Perzië. En in het Verre Oosten leefden en werkten de Chinese wijzen Lao-tse en Confucius. Al die grote geesten waren boodschappers, werkend op aarde uit de grote inspiratie van Michaël. Een veelvoudig geestesleven is eruit voortgekomen.

- Het tweede kenmerk van de Michaëlstijd hangt ten nauwste met het eerste samen: het michaëlische tijdperk is geenszins een periode van rust en windstilte; grote stormen bruisten over de mensheid en hielden volkeren in een spanning en opwinding vol beproevingen.

Het volk van Israël werd in die tijd overvallen door de Assyriërs. Iets later, tijdens de Babylonische gevangenschap, bereikte het profetische geestesleven zijn hoogtepunten. Zowel het rijk van de Assyriërs als dat van de Babyloniërs met hun prachtige gebouwen, steden en symbolen van macht, duurde nauwelijks honderd jaar.
Daarna was er een volgend volk dat zijn macht wilde doen gelden: de Perzen. Het kleine volk van de Grieken versloeg vervolgens in de Perzische oorlogen de Aziatische zucht naar macht. Alexander de Grote trok tenslotte nog vóór het einde van dat Michaëlstijdperk naar het oosten. Hij veranderde daarna de gehele politieke en geestelijke ordening van de wereld.

Onvermoeibaar ploegt Michaël de akker van de mensheid om, opdat het geesteszaad, dat hij overvloedig uitstrooit, de kans krijgt om te gedijen. Veel van het oude moet vallen, opdat het nieuwe kan ontstaan. Goddelijke, michaëlische stormen zijn het die over de aarde vegen.

Dan noemt Emil Bock een derde kenmerk:

- Een derde kenmerk van dat laatste Michaëltijdperk is het stille wonder van een in alle landen tegelijk opstartende glans van het morgenrood. Overal is de gedachte van verlangen en hoop te onderkennen dat nu weldra een allerhoogst goddelijk wezen tot hulp en heil van de mensheid zal verschijnen.


Die verwachting trad in de meest verschillende gedaanten in de mensheid op. De profeten van het Oude Testament verkondigden luid de komst van de Messias. De Griekse filosofen probeerden met eerbied de scheppende kracht in de wereld te benaderen die zij, net als de evangelist Johannes, ‘Logos’ noemden. In Perzië profeteerde Zarathustra de menswording van de hoge zonnegeest Ahura Mazdao en zelfs Lao-tse sprak over het oerwoord Tao, het mysterie van de Logos. Het is het werk van de tijdgeest Michaël, dat overal de logos-gedachte of ook wel de Christus-gedachte oplichtte. Wat Johannes de Doper onder de mensen betekende als wegbereider van Christus, dat betekent het werk van de aarstengel Michaël onder de hogere hiërarchische rijken. Vooral wanneer Michaël de regent van een tijdperk is, bestaat zijn werkzaamheid uit het voorbereiden van een nieuwe Christusopenbaring. En zo waren de eeuwen die vooraf gingen aan onze jaartelling vervuld van lichtstralen, die al de zonsopgang van de incarnatie van Christus op aarde aankondigden.

Samengevat noemt Emil Bock deze drie karakteristieken:
  • een rijkdom aan geestelijk leven, geestelijke leiders
  • grote stormen van spanning en opwinding
  • voorbereiding op de werkzaamheid van het Christuswezen
De eerste karakteristiek blikt op het door Michaël geïnspireerde geestelijk leven en de tweede karakteristiek duidt op de enorme wilsimpuls, die vanuit Michaël in de mensheid werkzaam is. Dat alles in dienst van Christus en als voorbereiding op de komst van Christus.

Welke van deze kenmerken van het laatste tijdperk van Michaël zijn er nu in onze tegenwoordige Michaëlstijd te herkennen? Het duidelijkst dringt zich het tweede kenmerk aan ons op. In onze tijd kan niemand meer blind zijn voor het feit, dat wij in eeuwen leven die zelfs niet meer voor korte tijd het karakter van windstilte kunnen hebben. Misschien was omstreeks het jaar 1910 het michaëlische karakter van het tijdperk nog niet te onderkennen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was toen echter méér dan een ontlading van een politiek conflict. Met het geweld van een kosmische catastrofe barstten uit de diepte van het bestaan spanningen en stormen los, die de ware dynamiek van het nieuwe tijdperk in de geschiedenis openbaarden. En slechts de oppervlakkige blik kan menen dat de stormen reeds uitgewoed zijn, als een acuut oorlogsgevaar weer eens afgewend is. De dynamiek van de wereldoorlog houdt in een gestadige climax aan, ook in de landen die toentertijd niet in de oorlogshandelingen betrokken zijn geweest. Wéér gaan er michaëlische worstelingen en stormen over de aarde; wéér is Hij aan het werk, die de mensen meedogenloos dooreen schudt en kneedt om hen geestelijke tot ontwaken te brengen. En de gedachte dat wij nog eeuwen van aanhoudende hoogspanning vóór ons hebben, behoeft ons niet te verontrusten: het is een voorrecht van het lot, een zoon of dochter van een Michaëlstijd te zijn.

Deze laatste passage schreef Emil Bock in 1937, twee jaar voor het uitbreken van de volgende wereldoorlog. Nog niet waren Chamberlain, Daladier, bij elkaar gekomen om met Hitler en Mussolini het Verdrag van München te tekenen, denkende dat een volgende oorlog daarmee voorkomen zou kunnen worden. Nog niet waren er aan het einde van de opnieuw verschrikkelijke Tweede Wereldoorlog, die in Europa en Azië tot bloedige strijd en onbegrijpelijke ontketening van helse situaties leidde, twee atoombommen gegooid. Nog niet was Europa verdeeld door het IJzeren Gordijn en werd de wereld met een Koude Oorlog in de klem gehouden. Er waren nog geen burgeroorlogen in Afrika noch in het Middenoosten of in Afghanistan. Nog niet waren er vliegtuigen in het WTC gevlogen, er was nog geen Golfoorlog, nog geen Arabische lente, nog geen oorlog in Syrië, nog geen IS of ISIS, nog niet kwamen de vele vluchtelingen uit Afrika en het Midden-oosten naar Europa. Dat alles stond nog te gebeuren.

De macht van Michaël ploegt de akker van de aarde niet met een ploeg van de beproevingen om, zonder daarna rijkelijk het zaad van de geest uit te strooien. Ook onze tijd zal niet verstoken blijven van geïnspireerde geestelijke leiders, zoals het laatste tijdperk van Michaël die had. Het zal er alleen op aankomen, dat men die menselijke boodschappers van de aartsengel ook herkent. De eerste door Michaël geïnspireerde baanbreker van de geest heeft zijn veelomvattende boodschap reeds gebracht: Rudolf Steiner. En stellig zullen in de vóór ons liggende tijden, als de heerschappij van Michaël naar haar hoogtepunt stijgt, vele heldere sterren aan de hemel van de mensheid opgaan.


Hoe staat het met het derde kenmerk, de voortekens van een nieuwe Christus-openbaring?
Ook in onze tijd wil Michaël door zijn machtvol werken aan de lotgevallen en aan de zielen de weg voor Christus bereiden. Ongeveer vanaf de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog is het Christuswezen voor mensen ervaarbaar geworden in de ethersferen van de aarde.
Zoals Christus zich na zijn opstandig en hemelvaart langs een innerlijke weg vooreerst aan zijn discipelen openbaarde, zo zijn er voor wie dat wakker volgt, ook nu tekenen te herkennen dat mensen langs innerlijke weg de nabijheid van Christus kunnen ervaren. Mensen in nood of mensen met een bijna-dood-ervaring vertellen steeds vaker dat zij de helpende aanwezigheid van het Christuswezen innerlijk hebben kunnen beleven. Te denken is o.a. aan het boek van Pim van Lommel, maar er worden steeds meer verhalen bekend, waarin mensen hun ervaringen met het Christuswezen delen, iets wat zich zelfs niet alleen in onze cultuur-ruime afspeelt, maar ook in landen met een niet christelijke cultuurgeschiedenis.

Nogmaals: de eerste karakteristiek blikt op het door Michaël geïnspireerde geestelijk leven en tweede karakteristiek duidt op de enorme wilsimpuls, die vanuit Michaël in de mensheid werkzaam is, in dienst van en als voorbereiding op een komende Christuswerkzaamheid. Er is in onze tijd echter een fundamenteel verschil met het eerdere, voorchristelijke Michaëlstijdperk. Toentertijd was de mensheid nog in staat om met de laatste resten van een afnemend vermogen tot helderziendheid het goddelijk-geestelijke te ervaren. Het nabijkomende Christuswezen, dat zich met de aarde zou verbinden, werd men toen nog gewaar. In onze tijd daarentegen heeft de mensheid dat vermogen tot spiritueel waarnemen en voelen verloren. Op het gebied van het geestelijk leven kan men - ook binnen officiële kerkgenootschappen - de meest rare en onware dingen tegenkomen, die de mens juist afleiden van het bewust en met een vrij denken weer verbinding leggen met het goddelijk-geestelijke.
Het andere fundamentele element van onze Michaëlstijd is het wilskarakter, dat het gehele culturele leven doortrekt. Het zuiver verstandelijke, intellectuele en zakelijke in de instituties van de maatschappij wordt stormachtig en radicaal en soms op choquerende manier afgeschud. Maar is het met wilskracht, die gepaard gaat met inzicht in het geestelijke of is het ongestuurde wil die slechts uit de chaotisch diepten van het lichamelijke organisme oprijst?

Het Ik van de mens is van geestelijke aard. Als de mens de geest vergeet, dan vergeet hij in feite zichzelf. Dan fladdert zijn Ik tenslotte krachteloos boven hem en is daarmee niet meer bij machte om in de wil van die mens in te grijpen. Zo ontstaat het gevaar, dat de mens krachtig van wil is en tegelijkertijd Ik-zwak wordt. Dan loopt men de kans - de geest vergetend - om in de nutteloze activiteit van het louter uiterlijke te verzeilen, ook al zijn die nog zo imposant.

Het michaëlische denken en handelen ontspruit uit een vrij erkennen en kennen van het geestelijke in mens en wereld. Vanuit het vrij verworven inzicht, dat het wereld-al en innerlijke kern van de mens zelf een geestelijke oorsprong hebben, kan de vrije religiositeit geboren worden. Het is de aartsengel Michaël, die de mensheid opnieuw wijst op de eigen geestelijke oorsprong. De mens was ooit gedacht als evenbeeld van God. Dat evenbeeld is verworden en verwrongen. Maar Michaëls naam betekent wel: ‘Wie is als God’. Hij bereidt nu opnieuw de verdere en toekomstige openbaringen van het Christuswezen voor.

Kunnen we in de stormen van onze tijd de werkzame impulsen van Michaël herkennen? De berichtgeving in de media komt vaak voort uit sensatiezucht. Tenslotte wordt zelfs ook de meest objectieve krant gemaakt om geld te verdienen. De reactie van politici lijkt te vaak te worden bepaald door peilingen en de angst voor zetelverlies of de hunkering naar zetelwinst. Populistische politici zijn echt niet de enige die zich daaraan schuldig maken.
Maar hebben we ook gelezen dat Bondskanselier Merkel zei dat er geen tolerantie is voor mensen die de waardigheid van andere mensen in twijfel trekken?
“Angela Merkel heeft haar besluit een week geleden duizenden vluchtelingen in Duitsland toe te laten zaterdag verdedigd. Daarmee pareerde ze de kritiek op die beslissing uit haar eigen partij. ''We hebben vorige week een beslissing genomen in een noodsituatie. Ik denk dat het de juiste was, daar ben ik van overtuigd.’’

Hebben we iets vernomen uit Paus Franciscus’ toespraak voor het Amerikaanse Congres? Ook hij riep daar onder meer op tot barmhartigheid voor vluchtelingen. Paus Franciscus drukte het congres op het hart om op ‘humane, eerlijke en broederlijke manier’ te reageren, want de VS kent het vraagstuk van de immigranten uit Zuid- en Midden-Amerika.
Ook sprak de paus over wapenhandel; hij noemde het ‘in bloed gedrenkt geld'. De Verenigde Staten domineert de internationale wapenexport en heeft het recht om wapens te dragen verankerd in de grondwet. Ook maakte hij van de gelegenheid gebruik om zich uit te spreken tegen de doodstraf, die in Amerika nog steeds wordt opgelegd.
Hij zei dat elk leven heilig is en dat de samenleving erbij gebaat is om veroordeelden weer een plek te geven.

En dat zijn maar voorbeelden van zaken die de afgelopen weken via de media tot ons kwamen. De werkelijke michaëlische impulsen zijn wellicht minder in het openbaar merkbaar.
Kunnen we vormen vinden om ook dit aan onze kinderen mee te geven?

Bron:
citaten uit: Emil Bock: 'Michaelisches Zeitalter', uitgeverij Urachaus, Stuttgart
Nederlandse vertaling: 'Michaël', uitgeverij Christofoor, Zeist




vrijdag 31 augustus 2012

De toename van het boze – De wederkomst van Christus

(Das Anwachsen des Bösen – Die Wiederkunft Christi)
Een voordracht gehouden door Hans-Werner Schroeder, priester van de Christengemeenschap
Rotterdam, 25-9-2001
(twee weken na de aanslagen op 11 september 2001)


Dames en heren,

De actualiteit van deze dagen (11 september 2001) werpt natuurlijk een bepaald licht op het thema van deze voordracht. Ik wil namelijk spreken over het toenemen van het boze, maar tegelijkertijd moeten we ook spreken over de wederkomst van Christus. Rudolf Steiner heeft er namelijk over gesproken dat in onze tijd de wederkomst van Christus een aanvang neemt. De wederkomst van Christus zal zich echter over een tijdsverloop van honderden jaren uitstrekken.

In de zestiger jaren (van de 20e eeuw) was ik (Schoeder) priester in Berlijn. Daar ontmoette ik veel mensen, die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt en die vertelden dat zij in die ellendige tijd een ontmoeting met Christus hadden beleefd in de vorm van redding, bemoediging, of een belevenis van zingeving. Ik kwam daardoor tot de conclusie dat Rudolf Steiner zich niet had vergist, toen hij aan het begin van de 20e eeuw aankondigde dat het Christuswezen voor de mensen in onze tijd ervaarbaar zou worden.

In de zeventiger jaren waren er in Zweden twee journalisten, die voor een kerstnummer van het tijdschrift waarvoor zij werkten een speciaal artikel wilden schrijven. Zij plaatsten daarvoor een advertentie met de vraag: ‘Wie heeft er een Christuservaring meegemaakt?’ Er kwamen heel veel reacties op deze advertentie, die heel verschillend van aard waren. Er is zelfs een boek van verschenen.
De ervaringen waren dus buitengewoon verschillend van karakter, maar meestal trad zo’n ervaring van het Christuswezen op in tijd van een zware crisis, een lichamelijke of psychische levenscrisis. In zo’n tijd van crisis wordt de ziel losgebroken uit haar gewone leven, dat meestal bijna slapend verloopt, en ze wordt opgewekt tot een ervaring van het Christuswezen. Soms trad de ervaring op als concrete uiterlijke hulp. Men mag ervan uitgaan dat er dus een samenhang bestaat tussen het ondergaan van een zwaar lot en het zich openen van de ziel.

In de tachtiger jaren bezocht ik Japan. Ook daar ontmoette ik mensen die dit soort ervaringen kenden. Zij gebruikten alleen andere namen dan wij hier in onze christelijke traditie hanteren, maar dit soort ervaringen zijn natuurlijk niet slechts een zaak voor de christenheid. De wederkomst van Christus gaat namelijk de hele mensheid aan.
Het gaf mij aanleiding om het thema nog verder te onderzoeken. Het motief van de wederkomst van Christus groeit. In de mensheid groeit het bewustzijn dat de fysieke wereld niet de enige werkelijkheid is. Rudolf Steiner gaf ook aan dat dit gevoel en het inzicht in de komende eeuwen verder zal toenemen.

Ik wil u nu iets vertellen over Lusseyran. Jacques Lusseyran was een man, die in zijn jeugd blind geworden was. Hij had zichzelf door deze diep ingrijpende biografische ervaringen heen geworsteld en hij was in staat 'een ander licht te zien', zoals hij het beschrijft. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het Franse verzet. Hij werd opgepakt en kwam in het concentratiekamp Buchenwalt terecht. Hij werd daar ziek en kwam tenslotte in de stervensbarak, waar hij bijna stierf. Toen drong er een licht en leven tot hem door. Hij overwon het doodsproces en genas. Daarna was hij is staat velen te helpen en te ondersteunen, vanuit deze kracht. (zie: Jacques Lusseyran - ‘Het teruggevonden licht‘ uitgeverij Christofoor)
Samenvattend: De mensheid was eeuwenlang van de geestelijk-goddelijke wereld afgesneden. Daardoor ontstond het materialisme. Maar die tijd is nu voorbij. De mens moest in deze tijd van het materialisme zich met zijn Ik leren thuis voelen op aarde. Maar nu moet de mens verder. De poort tot de geestelijke werelden moet weer geopend worden. De mens is krachtig geïndividualiseerd, maar met dit Ik-besef moet hij nu de weg naar de geestelijke wereld weer inslaan.

In het boek Openbaringen van Johannes (Apocalyps) wordt beschreven hoe de aartsengel Michael de geestelijke wereld reinigt. De draak lag voor de hemelpoort maar Michael wierp deze draak uit de hemel op de aarde, in de mensheid.

Openbaring, hoofdstuk 12:
(7) Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand (8) maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. (9) De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid.

Heeft Michael zich van tevoren gerealiseerd wat het betekent dat de draak op aarde, in de mensheid kwam te leven? Waarom deed hij het dan? Wij hebben er als mensen mee te maken. En de draak is mateloos woedend, omdat hij weet dat hij weinig tijd heeft.

(12) Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen!
Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald!
Hij is woedend, want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft.’


De draak heeft van de godheid slechts een afgeperkte tijd gekregen. Daarom leeft de draak zelf met de grootste stress. Zijn doel is om alles in te zetten en te voorkomen dat de mensheid ontwaakt voor de bestaande geestelijke wereld en voor Christus. Hij wil dat doel dan ook binnen de kortst mogelijke tijd bereiken. Het toenemen van het boze komt dus voort uit het feit dat ook het goede toeneemt. Het boze is namelijk de schaduw van de groei van het goede.

Tijdens het uitbreken van de Golfoorlog (1990) was te merken dat er onder de mensen de angst toenam. Angstdemonen trokken door de wereld. De angst die door de wereld trekt heeft zijn werking. Het zijn reële wezens, werkelijk zoals Jeroen Bosch ze schilderde. Ook onder de studenten aan de priesteropleiding ontstond er destijds angst voor wat zou komen. Onder hen ontstond de vraag om een extra Mensenwijdingsdienst te houden. Die dienst is altijd voor alle mensen, voor de hele mensheid. Met de cultus doen we namelijk steeds iets voor de wereld, want door de cultus verbindt zich een geestelijke kracht met de wereld.

In de Mensenwijdingsdienst, in het gedeelte voordat de communie plaats heeft, klinken de Christuswoorden: “In vrede ben ik met de wereld, en deze vrede kan ook bij u zijn omdat ik hem u geef.” Die Christuswoorden moeten we aannemen als een werkelijkheid, als een realiteit. Ze hebben betrekking juist op dat deel van de wereld waar geen vrede is. Die realiteit kan door de wereld trekken en komt ook bij hen die lijden, die niet in vrede leven.
(In de woorden van de Offerhandeling klinkt: “O Christus, gij hebt [...] de vrede gegeven aan al de uwen...” -red.).

Ook de gebeurtenissen op 11 september 2001 in New York en Washington, de aanslagen op het World Trade Centre en het Pentagon brachten een golf van heftige emoties in de wereld teweeg, en ook gevoelens van wraak. Het is natuurlijk juist dat de daders en aanstichters worden opgespoord en gevonden, maar wraak nemen heeft niets met christendom te maken. In een Duitse krant stond een verslag van een TV-reportage uit New York. Daarin sprak een vrouw uit dat haar man, een slachtoffer van de aanslagen, geen wraak wenste. Zulke berichten moeten we leren te herkennen.

Angstdemonen ontstaan in de zielen van de mensen. Wraakgevoelens zijn ook demonen, die werkzaam willen zijn. Die demonen zoeken hun plek in de wereld om te werken en daar zit de aarde niet op te wachten. Wij moeten werken aan de andere kant van de weegschaal.

Vanaf de zestiger jaren hoor je steeds vaker, dat mensen in het uur van sterven ervaren dat zij het ‘IK BEN HET LICHT DER WERELD’ zien en/of ervaren. Mensen met een bijna-dood-ervaring vertellen dat zij iemand zagen, die hen aankeek met een blik vol oneindige liefde en wijsheid. “Ik stond voor iemand die alles van mij kende maar Hij veroordeelde mij niet. Geen minuut van mijn leven kon ik voor Zijn blik verborgen houden, maar Hij veroordeelde mij niet. Voor deze grote ziel staande was ik het zelf die oordeelde over mijn leven tot dan toe.”
Christus is enkel alleen liefde. De ziel krijgt de mogelijkheid om zelf te oordelen, om zelf in vrijheid tot inzicht te komen waar zij staat. Zo ook sprak Hij tot de vrouw die gestenigd zou moeten worden.

‘Ik veroordeel u ook niet,’ zei Jezus. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’ (Johannes 8:11)

Wat hebben de slachtoffers van deze terreuraanslagen beleefd? En hoe moet het zijn voor de plegers van de aanslagen, de terroristen? Hoe verhoudt Christus zich tot deze zielen? Vanuit de andere zijde van de wereld, d.w.z. vanuit de geestelijke wereld, ziet alles er totaal anders uit. Hoe hebben deze mensen het Christuswezen ontmoet? Door deze gebeurtenissen wordt het christendom op de proef gesteld.
Na Auswitz kan men bijna niet meer zo maar over God spreken. Na 9-11 ook niet meer. De mensen vragen meteen: ‘Hoe kan God zóiets laten gebeuren? Wat is het voor een vreselijke God die dit toelaat? Wat heeft het allemaal voor zin?’
Deze vraag wordt anders wanneer we het wezen van Christus niet in de hemel zoeken, maar op aarde en verbonden met elke individuele mens.

Mattheüs 25:40
“Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”

Christus beleeft alles mee en lijdt mee. Voor Hem geeft het de mogelijkheid om de mensen te bevrijden van de macht van de draak.
Jeroen Bosch schilderde een mens op zijn sterfbed. Er is een klein venster met een crucifix waar vanaf een licht komt. De stervende richt zich tot dit licht.
Er zullen steeds meer mensen komen die de hulp van Christus zullen gaan ervaren. We hoeven echt niet te hopen dat de ellende in de wereld minder zal worden. Wel mogen we hopen dat de kracht van Christus sterker zal worden. Dat Hij in vrede is met de wereld, zal dan ervaren kunnen worden.

Rudolf Steiner gaf eind 1923 de vrienden in Berlijn bijna profetische woorden. Tweeëntwintig jaar later, in de dagen tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd de stad Berlijn namelijk inderdaad tot puin geschoten. Ook nu nog mogen wij echter deze woorden met ernst opnemen, ook voor gebruik in een breder verband:

“Aan de Berlijnse vrienden”

De mensheid is
Het innerlijk van God vergeten,
Maar wij willen het opnemen
In het heldere licht van ons bewustzijn,
En dan dragen over puin en as
De goddelijke vlam in het menselijk hart.
Wanneer dan bliksems ook onze zintuiglijke huizen
Tot puin zullen slaan,
Richten wij huizen voor de ziel op
Uit het inzicht,
Een ijzersterk weven van licht.
En de ondergang van het uiterlijke
Moet worden tot een opstanding
Van de diepten van de ziel.


“Den Berliner Freuden”

Es ist die Menschheit
Im Vergessen an das Gottes-Innre,
Wir aber wollen es nehmen

In des Bewusstseins helles Licht,

Und dann tragen über Schutt und Asche

Der Götter Flamme im Menschenherzen.

So mögen Blitze unsre Sinneshäuser

In Schutt zerschmettern;

Wir errichten Seelenhäuser

Aus der Erkenntnis
Eisenfestem Lichtesweben.

Und Untergang des Äußern
Soll werden Aufgang
Des Seelen-Innersten.

(Dit artikel is gebaseerd op uitgewerkte toehoordersnotities.
De spreker heeft deze tekst niet ingezien en/of gecorrigeerd)