maandag 16 februari 2009

Estomihi (7e zondag voor Pasen)

Estomihi – De Gregoriaanse introïtus van deze zondag luidt: ‘Esto mihi in Deum protectorem, et in locum refugii, ut salvum me facias-' Wees mij een God die mij beschermt, en een toevluchtsoord om mij te redden. Psalm 31:3 De oude naam Quinqagesima betekent vijftigste - 50 dagen voor Pasen.


Duccio di Buoninsegna (1282-1339) - Genezing van twee blinden bij Jericho (naar Mattheüs 20:30)





Lucas 18 : 31 – 43 Aankondiging van het Lijden en genezing van een blinde.

Deze perikoop bestaat uit twee delen, maar waarschijnlijk mogen we ze beschouwen als toch bij elkaar behorend.
Voor de derde keer in het Lucas-evangelie kondigt Christus Jezus zijn lijden, dood en opstanding aan. Dat deed hij al eerder in Lucas 9:22 en 9:44.


18:31 Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles wat door de profeten is geschreven zal men de Mensenzoon laten ondergaan.' (NBV)


De twaalf snappen er helemaal niets van. De betekenis van Zijn woorden blijft op dat moment nog voor hen verborgen, maar ze kunnen het eigenlijk ook nog niet begrijpen. De Christus hebben zij herkend als het hoogste godwezen. Johannes de Doper heeft enkelen van hen op Hem gewezen.
De Christus wordt hier ‘de Mensenzoon’ genoemd en tegelijk is Hij toch ook de Godzoon. Want tot aan Christus hadden mensen God niet met eigen ogen als fysieke gestalte kunnen waarnemen. Alleen zij die in de mysteriën waren ingewijd hadden Hem in de geest kunnen schouwen. Met Christus heeft de godheid de zintuiglijke wereld betreden en is Hij fysiek zintuiglijk waarneembaar geworden, een Mensenzoon. De apostelen zien Hem nu met hen in de zintuiglijke wereld en naast zich wandelen. Hij is gewoon bij hen, ze kunnen Hem als het ware beetpakken. Het is door de lichamelijke verschijning van Jezus van Nazareth dat zij de machtige werkzaamheid en het wezen van de Christus ervaren. Maar in de zielen van de apostelen komt nauwelijks de gedachte op dat Zijn dood de eigenlijke vervulling zal betekenen van de missie die de Christus op aarde heeft. Wat er allemaal nodig is om de wil van God te openbaren is nog voor hun verstand verborgen. Pas met Pinksteren gaan de apostelen daarvan iets begrijpen.

Nu volgt het verhaal van de blinde man bij Jericho. (zie ook: Mattheüs 20:30)
Vertel in de lessen RO de kinderen toch vooral steeds weer opnieuw dat Christus geen wonderdokter of tovenaar was, die goocheltrucjes uitvoerde. De moderne theologische en platvloerse materialistische opvattingen kunnen makkelijk tot dat soort ideeën leiden. Vertel de kinderen dat Hij het allerhoogste godswezen/zonnewezen is dat zich tot redding van de mensheid met de aarde wilde verbinden. Elk verhaal in de Evangeliën moet gezien worden als een stap op de weg tot openbaring van Zijn wezen.
De naam van de stad Jericho betekent: ‘Stad van lieflijke (Balsem-) Geur’. De stad was beroemd door haar balsem en haar geurende tuinen. Jericho betekent ook ‘de Maanstad’, alsof hier de invloed van de maanmysteriën nog sterk leefde. De bewoners van Jericho stonden bekend als wereldse mensen, misschien bijna decadent. Daarom willen zij die voorop lopen, dat de blinde zwijgt. Zij willen hem de mond snoeren, maar hij roept des te luider uit wat hij diep van binnen weet: ‘Jezus, Zoon van David!’, wat inhoud dat hij Hem voor de Messias houdt.

Lucas was een arts. De passage zou dus gelezen kunnen worden als een gewoon verhaal over een genezing. Maar is het wel zomaar een gewoon verhaal over een genezing? De mensen zeggen de blinde zijn mond te houden maar hij blijft roepen tot Jezus bij hem komt. Het is merkwaardig dat deze blinde man weet wie er langs komt. Blijkbaar nam hij waar met andere zintuigen dan zijn ogen welk wezen hem daar passeerde, zoals blinde mensen vaak kunnen. Deze blinde is eigenlijk de enige met een beetje licht, het innerlijk licht van het inzicht. Daarom kan hij door zijn geloof genezen worden. We willen verder onderzoeken hoe we dit kunnen begrijpen.
We weten dat de evangelieboeken eigenlijk gelezen moeten worden als openbaringen van mysteriegeheimen. Zeker na de geschiedenisperiode in klas 5 kun je met de kinderen spreken over de mysteriën van de oudheid en dat de mensen onder leiding van de priesters steeds probeerden in de geestwerelden te schouwen.
De zin: ‘Heer, dat mijn ogen kunnen zien’ is een sleutel om de diepere zin van deze perikoop te benaderen. (Statenvertaling: ‘Heere! dat ik ziende mag worden.’) In het Grieks staat er: αναβλεπων (anablepon) wat in eerste instantie “omhoogkijken” betekent, daarbij ook vertaald wordt als: het (verloren) gezicht terugkrijgen (blepo - βλέπω – betekent in het moderne Grieks overigens nog steeds ‘zien’).
Deze blinde wil dus graag dat hij weer kan OPZIEN, kan “omhoog kijken”. De vraag is dan: naar wie wilde deze blinde weer opzien? Het antwoord ligt in de oude mysteriën, die tot een einde waren gekomen. Toen waren de ingewijden in staat om op te zien naar de godenwereld. Zij schouwden het hoogste godswezen in het geestelijke gebied van de zon, denk maar aan Zarathustra, of aan Echnaton. De ingewijden ‘sliepen’ een inwijdingsslaap waarin zij de beelden van die godenwereld schouwden. Maar nu Christus op aarde is verschenen, is zijn wezen in de nachtwereld niet meer op de zon te vinden. De Christus is nu op aarde en is overdag te zien met open ogen. Hij is openbaar geworden. De blinde wil het godswezen graag ook zien, omdat hij hem ‘s nachts niet meer schouwen kan. Wanneer Christus dat mogelijk maakt begint de man Gods openbaring (=dat god zichtbaar is geworden voor gewone zintuigen) te prijzen. Men kan ervan uitgaan dat het eerste wat de blinde man na zijn genezing zag, de fysieke verschijning van de Christus Jezus was. Daardoor werd hij gelovig. De blinde loofde deze openbaring van God en hij volgde Jezus vanaf dat moment. De twaalf zagen de Christus op aarde, de blinde eerst nog niet. De apostelen snapten nog niets van wat er nog te komen stond. De kruisdood en de opstanding vormen uiteindelijk de ultieme openbaring en vervulling van de oude mysteriën. Wellicht snapte deze blinde, die naar alle waarschijnlijkheid zelf een oude ingewijde was, dat al wel. Zo zouden we de twee gedeelten van deze perikoop in elkaars licht kunnen lezen.

Geen opmerkingen: