maandag 28 december 2009

Nieuwjaar

Als twee majestueuze zuilen verheffen zich de twee winterfeesten Kerstmis en Epifanie in de tempel van het jaar. Het zijn de feesten die op de geboorte van de mens en de geboorte van de godheid in de aardesfeer wijzen.
(uit: Sergej O. Prokofieff: De twaalf heilige nachten en de geestelijke hiërarchieën)
In de ochtenden van 25 december (Kerstmis) tot 6 januari (Epifanie) komt de zon twaalf dagen om dezelfde tijd op, om daarna weer steeds vroeger boven de horizon te verschijnen. In de avonden is het al sinds 13 december Sint-Luciadag steeds langer licht, doordat de zon vanaf die dag al enigszins op een terugweg naar de zomer is begonnen.
Wanneer op 1 januari het nieuwe jaar is gekomen zijn er zes dagen voorbij sinds Kerstmis en op dit keerpunt halverwege de heilige nachten kunnen we al iets merken van de nieuwe frisheid die de Driekoningentijd kan brengen.

Jacob Cornelisz van Oostsanen: Aanbidding van de Drie Koningen (1517)


Mattheüs 2 : 1 – 15 De Drie Koningen

Sprak het Lucas-evangelie direct tot het gemoed -op een zelfs bijna kinderlijke manier-, het Mattheüs-evangelie ademt een heel andere sfeer. Dit andere geboorteverhaal volgens Mattheüs beschrijft de komst van de priesterwijzen uit het oosten. We mogen het lezen in het licht van wijsheid uit de Perzische mysteriën. De Griekse tekst gebruikt het woord ‘magi’. Zo werden bij de Perzen en Meden de geleerden in allerlei wetenschappen -voornamelijk in de wetenschap der hemelverschijnselen- genoemd.
Als schrijver van het eerste evangelie van het Nieuwe Testament sluit Mattheüs aan op de traditie van het Oude Testament. Het is alsof de samenstellers van het Nieuwe Testament met het Mattheüs-evangelie willen aanknopen bij de wijsheid en het denken dat in de ontwikkeling door het Joodse volk is opgenomen uit de cultuurcentra van Perzië, Babylonië en Egypte. Dit in tegenstelling tot het Lucas-evangelie dat qua stemming meer bij een Indische cultuurwijsheid (Boeddha) aanknoopt.

Zoals de ‘magi’ het door mysteriewijsheid verlichte denken representeren, zo laat de figuur van Herodes de Grote zien hoe het menselijk denken tot negatieve intellectuele en dodende kracht kan worden, zonder gevoel voor het morele. Het hof van Herodes was overigens ook een occult centrum, waar zwarte magie werd bedreven en waarvan o.a. de kindermoord in Bethlehem en later -onder de opvolger Herodes Antipas- de onthoofding van Johannes de Doper uitingen zijn.

De wijzen volgen de ster, die niet als zomaar een ster moet worden opgevat, maar als verwijzing naar de incarnerende ziel van Zarathustra mag worden opgevat. In hun mysteriecentra verwachtten de wijzen dat de initiator en grote leraar van deze mysteriën opnieuw geboren zou worden. Zo kwamen zij in Jeruzalem en tenslotte in Bethlehem.

“En zij traden het huis binnen.” (Mattheüs 2:11)
In het evangelie volgens Mattheüs is dus geen sprake van een stal, geen os en ezel, zoals bij Lucas. Bij Lucas lezen we niets over een ster, die verscheen. Oude meesters der schilderkunst kenden de verschillen tussen de evangeliën volgens Lucas en Mattheüs. Het is zichtbaar in hun kunstwerken. De schilders die zich door het Lucas-evangelie lieten inspireren beeldden het kind af liggend op stro. Het kind uit het Mattheüs-evangelie zien we rechtop zittend op schoot bij zijn moeder, die meestal met een rijk gewaad gekleed is. Tevens zijn goud, wierook en mirre geschenken, die mysteriekarakter hebben.

Wanneer Herodes het kind wil doden, vluchten de ouders naar Egypte. Zij verblijven daar enkele jaren in Egyptische mysterieplaatsen, waar het Joodse volk in de tijd tussen Jozef en Mozes woonde. Volgens Rudolf Steiner was Hermes de initiator van de Egyptische cultuur en mysteriën. Hij was met Mozes in een eerdere incarnatie een leerling van Zarathustra. Mozes werd aan het hof van de farao opgevoed en nam daarmee de Egyptische mysteriewijsheid mee terug naar het Joodse land. Hiermee ziet men in complexe patronen hoe de Joodse mysteriewijsheid via Jozef, zoon van Jacob, verbonden werd met de Egyptische mysteriën, en via Mozes weer wordt teruggevoerd naar Israël. Later volgde ook nog de Babylonische gevangenschap, waardoor het Joodse volk eveneens de directe invloed van de Perzische mysteriën kon ondergaan en dus opnieuw de invloed van de impuls van Zarathustra onderging. In de uitgebreide lijst met geslachten aan het begin van het Mattheüs evangelie wordt deze periode ook genoemd.
Met de zin: “Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen” (Mattheüs 2:15), wordt op deze inhouden gewezen. Na hun terugkeer vestigen Jozef en Maria zich in Nazareth, de verscholen in de heuvels van Galilea levende Esseeërgemeenschap.


Volgens geschiedkundigen zou Herodes de Grote geleefd hebben van ca. 63 tot 4 v.Chr. Herodes Antipas volgde hem op en regeerde van 4 voor Chr. tot 39 na Chr. De mededeling: ‘Daar bleef hij tot de dood van Herodes,’ (Mattheüs 2:15) zou dus aangeven dat Jozef en Maria rond het jaar 4 v.Chr. terugkeerden naar het Joodse land.
Over de ster van Bethlehem, die door de priesterwijzen werd gevolgd, zijn de astronomen het niet eens. Een laatste theorie is dat het hierbij zou zijn gegaan om een conjunctie tussen de planeten Jupiter en Saturnus in het jaar 7 v.Chr.
Volgens andere historische gegevens voerde Quirinius (Cyrenius), die namens keizer Augustus landvoogd was over Syrië en die in het Lucas-evangelie genoemd wordt (Lucas 2:2), in het jaar 6 na Chr. een volkstelling uit, waarbij de inwoners van Judea aangifte moesten doen van hun bezittingen.
Op basis van slechts historisch onderzoek lijkt men de geheimen rond de geboorte van Jezus in Bethlehem en het verschijnen van Christus op aarde niet zonder meer te kunnen ontraadselen. Wat Rudolf Steiner door mededelingen over zijn geesteswetenschappelijke onderzoekingen aan de mensheid heeft geschonken, geeft onbegrensde nieuwe mogelijkheden voor het denken, het gevoel en zelfs de wil van de mens van deze tijd om de weg tot het rijk van God te vinden.


Geertgen tot Sint Jans: Aanbidding van de Drie Koningen (1490)

bron afbeeldingen: www.statenvertaling.net

maandag 21 december 2009

Kerstmis

Als twee majestueuze zuilen verheffen zich de twee winterfeesten Kerstmis en Epifanie in de tempel van het jaar. Het zijn de feesten die op de geboorte van de mens en de geboorte van de godheid in de aardesfeer wijzen: de geboorte van de oermens Jezus van Nazareth en de daaropvolgende geboorte van de hoogste geest van onze kosmos, Christus, de Zoon van God in de lichamelijke omhulsels van Jezus.
(uit: Sergej O. Prokofieff: De twaalf heilige nachten en de geestelijke hiërarchieën)
De tijd tussen de Kerstnacht en Epifanie mogen we beleven als een weg van Jezus tot Christus.

Giotto di Bondone


Lucas 2 : 1 – 20 De geboorte van Jezus

In de Kersthandeling wordt natuurlijk de perikoop uit het tweede hoofdstuk van het Lucas-evangelie gelezen met het geboorteverhaal van Jezus in de kribbe en aanbidding door de herders. Bij veel mensen leeft het niet in het bewustzijn dat het geboorteverhaal van Jezus met de herders en het geboorteverhaal met het bezoek van de Wijzen uit het oosten aan Bethlehem twee totaal verschillende verhalen zijn. De kerk lijkt ervoor gezorgd te hebben dat het gegeven van de verschillen tussen de twee geboorteverhalen voor het bewustzijn van de gelovigen is weggemoffeld, zodat er één geboorteverhaal van is gemaakt. Later zijn kritische godgeleerden er ook niet in geslaagd deze verschillen te verklaren. Hooguit zijn zij gekomen met bewijzen dat de geboorte van Jezus niet met historische feiten te verbinden is. Rudolf Steiner heeft erop gewezen welke gecompliceerde voorbereidingen er zijn voorafgegaan aan de geboorte van Jezus, die uiteindelijk het lichamelijke omhulsel van Christus wordt. (zie ook perikoop voor de Nieuwjaarsdag over de Drie Koningen).

Het geboorteverhaal volgens Lucas werkt het sterkst op het gemoed. Zoals we al eens eerder in deze notities hebben aangegeven sluit het Lucas-evangelie aan bij de liefde- en medelijdenstroom, die door Boeddha aan de wereldontwikkeling is gegeven. Zoals alles in het Lucas-evangelie, moeten ook de herders op het veld gezien worden als representanten uit de mysteriestroom van Boeddha.

Het Lucas-evangelie was altijd al een boek voor iedereen, waaruit het kinderlijkste gemoed stichting kon halen. Alles, wat in de menselijke ziel gedurende het gehele leven kinderlijk blijft, heeft zich altijd tot dit evangelie aangetrokken gevoeld. Maar vooral: wat van de christelijke waarheden beeldend verteld is en wat de kunst zich ervan als onderwerp gekozen heeft – er is ook veel uit de andere evangeliën genomen -, en dan wel speciaal de schilderkunst, en wat daarvan het meest tot de menselijke harten gesproken heeft, blijkt voor het merendeel aan het Lucas-evangelie ontleed te zijn. Alle sterke banden tussen Johannes de Doper en Christus Jezus, die zo veelvuldig zijn afgebeeld, vindt men beschreven in dit onvergankelijke document, het Lucas-evangelie.
Wie van dit gezichtspunt uit dit document op zich in laat werken, die zal vinden, dat het van het begin tot het einde gedrenkt is in het principe van liefde, medelijden, eenvoud – ja, tot op zekere hoogte ook – kinderlijkheid.

(Rudolf Steiner: Voordrachten over het evangelie volgens Lucas (GA 114) – 2e voordracht Bern, 16 september 1909)

Nazareth in Galilea was een gemeenschap van Esseeërs, waar Maria opgroeide en woonde. Het was een verstilde en beschermde omgeving, verscholen liggend tussen de heuvels van Noord Palestina.
Judea in het zuiden is voornamelijk woestijn. Alleen Bethlehem iets ten zuiden van Jeruzalem - de naam betekent: huis van brood -, was een vruchtbaar gebied. Naar de naam te oordelen groeide in die buurt blijkbaar graan. Het is de stad van David en reeds in zijn tijd was Bethlehem een huis van brood in de droogte van de woestijn. In de heuvels rondom het stadje waren grotten, die gebruikt werden als stal voor het vee. Er waren echter ook grotten, die als mysterieplaats waren ingericht, zoals we dat ook kennen van verschillende druïdeplaatsen in Europa. Over zulke plaatsen is in andere gedeelten in de evangeliën ook sprake. Dan worden ze bijvoorbeeld aangeduid als grafholen, waaruit bezetenen tevoorschijn komen (Mattheüs 8:28–34 - 4e zondag na epifanie).

Wanneer we over de vrome herders lezen in het Lucas-evangelie, zouden we in ons achterhoofd kunnen houden dat hier niet enkel over eenvoudige herders gesproken wordt, maar over mensen die verbonden waren met deze mysterieplaatsen. Zij hadden blijkbaar een rijk innerlijk leven, waardoor zij in staat waren de engel te schouwen en te horen, om daarna de hemelse engelenschaar te zien en te horen zingen. Daarom zou men ze meer kunnen beschouwen als ingewijden, herders gelijk priesters. Aan hen verschijnt de engel des Heren. Hun zielen waren door scholing in deze mysteriën voorbereid om de boodschap van de engel te vernemen, de hemelse heerscharen te schouwen.
Rudolf Steiner zegt hierover dat de herders daarmee het stralende wezen van Boeddha gewaarwerden, Boeddha die niet meer incarneren zou, maar die de geboorte van dit Jezuskind vanuit de hemelen begeleidde. De herders zoeken daarna het Kind en vinden en aanbidden het in de stal, die best in zo'n mysteriegrot zou kunnen zijn geweest. Wanneer de herders terugkeren loven en prijzen zij God. Maria bewaarde al deze woorden en overdacht ze in haar hart. Ook deze laatste woorden wijzen opnieuw op een rijk meditatief leven, nu bij Maria.

‘Dit was de eerste volkstelling.’ (Lucas 2:2)
In de evangeliën staat er nooit zomaar iets, dus ook deze korte zin moet een betekenis hebben. Dat deze volkstelling als de eerste wordt aangeduid zou erop kunnen wijzen dat het blijkbaar daarvoor niet de gewoonte was om te tellen uit hoeveel individuen een volk bestond. Het volk was een groep. Historici vermoeden dat de Romeinse keizer de volkstelling nodig had in verband met het instellen van belastingen. Zuiver politieke en bestuurlijke redenen worden genoemd. Maar deze vermelding zou er ook op kunnen duiden dat de schrijver van het evangelie ervaren had dat in de tijd van de geboorte van Jezus ook het Ik-Ben werd geboren. We kunnen deze korte aanduiding dus ook opvatten als een mededeling dat met deze geboorte het individu van iedere mens meer en meer belangrijk wordt.

Fra Angelico