maandag 4 mei 2009

Cantate Domino - 4e zondag na Pasen

Cantate Domino 4e zondag na Pasen – heet naar het eerste woord van de antifoon die als introïtus op deze zondag wordt gezongen: Cantate Domino canticum novum, cantate Domino omnis terra – Zingt voor de Heer een nieuw lied, zingt voor de Heer gij ganse aarde (psalm 96:1).

Leonardo da Vinci: La Última Cena - Milaan
-dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting-


Johannes 16 : 5 – 15 Wanneer de geest der waarheid komt

Zoals in de vorige notitie al aangegeven, gaat deze tekst in het evangelieboek volgens Johannes vooraf aan de perikooptekst van de vorige week. In het jaarritme van de perikopen lezen we nu woorden over de Heilige Geest en zo beleven we dat we op weg zijn naar Pinksteren - via de Hemelvaart.

In de RO-les zou men met de kinderen kunnen bespreken dat deze tekst een weergave is van de gesprekken, die Jezus met de apostelen voerde in de tijd tussen het Laatste Avondmaal en de gevangenneming, kruisdood en opstanding. Het is de laatste mogelijkheid voor Golgotha dat Jezus zijn leerlingen nog kan onderwijzen. Leonardo da Vinci’s fresco La Última Cena (zie afbeelding) is prachtig om de kinderen te laten zien. Vertel de kinderen over de laatste uren van de Witte Donderdag na het Laatste Avondmaal, nadat Judas Iskariot naar de overkant van de straat is gegaan om bij het huis van Kajafas aan te kloppen en Hem te verraden. Bij de Joden was het gebruik dat men op die avond na zonsondergang en na het Pesachmaal niet meer naar buiten ging. Het is de avond waarop de ‘worgengel’ -de engel des doods- langs de deuren kwam en iemand zou kunnen doden (herinnering aan de uittocht uit Egypte). Desondanks verlaat Judas juist op deze avond de bovenzaal.

Het gespreksthema van deze perikoop is hetzelfde als in die van de vorige week: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, nu met meer nadruk op de laatste. Christus gebruikt het woord ‘de Trooster’ als kwaliteit van de Heilige Geest. In andere vertalingen staat: ‘de helper’, ‘de pleitbezorger’, of ‘Hij die jullie bijstaat’. Het zijn allemaal mogelijke vertalingen van de Griekse tekst die zegt: παρακλητος - paraklètos. In Joh. 14:16-17 wordt die Trooster ‘de Geest der Waarheid’ genoemd: πνευμα της αληθειας - pneuma tès aletheias.

'Het is goed voor u dat ik heenga', klinkt er. Maar, zoals in de notities bij de vorige perikoop is opgemerkt, begrijpen de leerlingen het niet. Alles wat moet geschieden ligt voor hun zielen op dat moment nog in de duisternis van de toekomst. In de vroegte van de volgende ochtend -de Goede Vrijdag- zal het enorme drama werkelijk beginnen. De harten van de leerlingen zijn nu reeds met droefheid vervuld, maar het licht van hun denken kan nog niet doordringen tot het geestelijke mysterie.

Proberen we in aansluiting op de vorige notitie de Triniteit nog eens kort te omschrijven, dan mag men het misschien als volgt samenvatten:
In de Vader hebben we voor ons: de kracht die vanuit de geestelijke periferie de bestaansgrond van hemel en aarde schept -geest tot substantie verdicht, van periferie naar centrum.
In de Zoon betreedt de kracht van de Geest het centrum van de tot substantie gekomen schepping. Hij brengt de geworden schepping tot nieuw leven. In zijn boekje ‘Opvoeding van het Kind in het Licht van de Antroposofie’ schrijft Rudolf Steiner: ’Met het “Ik” begint de godheid, die zich bij de lagere wezens slechts van buitenaf in de verschijnselen der omgeving openbaart, in de innerlijke wereld te spreken.’
Wanneer de Christuszon in het hart van de mens is opgegaan, dan vangt Zijn licht aan het denken, voelen en willen van de mens te doorstralen. In het vuur van de Heilige Geest herkennen we de lichtkracht waarmee het inzicht kan opvlammen, dat de geschapen wereld dezelfde geestelijke oorsprong heeft als het eigen wezen van de mens en waardoor de mens aan de substantie tot zelfkennis kan komen.

'Nog veel heb ik te zeggen, maar gij kunt het nog niet dragen' spreekt Christus tegen de leerlingen. Wij hoeven niet trots te zijn en te denken dat wij het allemaal al wel begrijpen. Sinds het ingaan van de bewustzijnszieletijd en doordat Rudolf Steiner de mensheid de antroposofische geesteswetenschappelijke onderzoeksmethode heeft aangereikt, kunnen we leren om met ons denken de geesteswaarheden te leren begrijpen. De antroposofie geeft ook aan hen die (nog) niet bewust in de geesteswerelden kunnen schouwen, de mogelijkheid om de geestelijke werkelijkheden via het denken te benaderen. Dat is een gave van de Heilige Geest.

Christus spreekt van zonde – rechtvaardigheid – oordeel. Deze drie begrippen mogen we wellicht op een bepaalde manier in verband zien met de Triniteit. Wat is zonde? Zonde is: de Zoon niet willen kennen. De aarde is de schepping Gods en grondslag van de wereld die wij kennen als zintuigervaring. Het is Zijn openbaring, maar het is een wereld die ten onder gaat. De mens zou meegesleept worden in die ondergang. Wanneer men slechts bij het principe van de Vadergod wil blijven, zal men geen verdere ontwikkeling kunnen doormaken. Christus heeft door zijn liefdedaad de aarde en de mens een nieuwe impuls gegeven voor een verdere ontwikkeling. Juist doordat de mens bestaat, het wezen waarin de geest tot zelfbewustzijn kan komen, is die verdere ontwikkeling mogelijk. Die impuls niet willen kennen is een zonde, wat is: afzondering van het wereldproces. Het Ik-ben, de Christusimpuls niet (willen) opnemen betekent meegesleept (willen) worden in en meewerken aan de neergang van wereld en mens.

Rechtvaardigheid heeft betrekking op de Vader, het geestelijk-natuurlijk godswezen dat de bestaansgrond vormt van de substantie. Dat Christus zich verbindt met de Vader, met de aardesfeer, is heilzaam voor alle mensen op aarde, zonder onderscheid. Dat is rechtvaardigheid. Andere vertalingen gebruiken: ‘het recht’ of ‘gerechtigheid’. De Christuskracht is doorgedrongen tot in de fysieke substantie van de aardeplaneet en heeft die daardoor kunnen transsubstantiëren. Daarom is Hij de Heiland, de Genezer van aarde en mensen. Door zijn offerdaad kan de transsubstantiatie (het omvormen van fysieke substantie) van de aarde plaats hebben. De Vader is de oerbron van de fysieke substantie, die de grondslag vormt voor wereld en mens, maar deze scheppende stroom leidt tot een eindpunt: de dood. Door de daad van Christus wordt deze stroom opnieuw tot leven gewekt.

Tijdens het Laatste Avondmaal eerder die avond heeft de eerste transsubstantiatie plaatsgevonden. De hemelkracht doordrong daarbij het aardse, brood en wijn werden vervuld van Zijn kracht, waarbij het nieuwe sacrament werd gegeven. Jezus en zijn leerlingen genoten het Pesachmaal -een ritueel uit het Oude Testament, waarbij het breken van het brood en het offeren en drinken van wijn gebruikelijk was. Nog steeds wordt op de sabbat in de synagoge gezamenlijk het challebrood gebroken en wijn gedronken. Behalve dat dit terug grijpt naar de oudtestamentische tijd, is er wat betreft het offeren van brood en wijn ook een relatie met de Egyptische zonnemysteriën (het Joodse volk was in Egypte) en met Melchizedek -koning van Salem en priester van de allerhoogste God, die brood en wijn bracht aan Abraham. (Genesis 14:18).
In het nieuwe sacrament schenkt het Christuswezen zichzelf aan de zielen van de leerlingen en ook aan onze zielen bij het voltrekken van de communie.
Rudolf Steiner bespreekt in de ‘Algemene Menskunde’ (3e voordracht) de betekenis voor de aardeontwikkeling van de op aarde gestorven mensenlichamen, de lichamen die dragers zijn geweest van geest, van een Ik. Hij spreekt hier voor de leraren eigenlijk ook over de transsubstantiatie. Rechtvaardigheid is dat Christus als zonnewezen zich met de aarde heeft verbonden tot voortgang van de wereld. Voor hen die het werk van Audrey McAllen kennen: Zij noemt in haar boekje 'Sleep' de rechtvaardigheid als morele deugd (=beweging) bij de stroming van het fysieke lichaam (van links naar rechts), wat de stroom van de Vader is.

Met de Heilige Geest hangt oordeel samen:
‘Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.’ (Joh. 3:19-21)

Tot het Mysterie van Golgotha hadden de tegenstandersmachten (‘de heerser’) macht over de aarde. Op de Stille Zaterdag zijn deze machten overwonnen. Joh 12:31 vertelt: ‘..thans zal de Vorst dezer wereld worden uitgestoten.’ De dood is overwonnen. De doodskrachten waaraan de tot sterven gedoemde schepping van de zintuigwereld onderhevig zijn, werden door toedoen van Christus overwonnen. Daardoor is er ook een opgaande ontwikkeling mogelijk geworden. Joh 14:30 zegt: ‘…want de Vorst der wereld komt; en in Mij is niets wat hem behoort. Of ‘…want de Vorst der wereld komt; en hij heeft geen macht over Mij.’
Dat is het oordeel. Ogilvie vertaalt dit als enige met ‘crisis’, het woord dat er ook staat in het Grieks: κρισεως (kriseoos) van κρισις (krisis) wat scheiding, afzondering, test of oordeel betekent.

Rudolf Steiner: 'Adelt de mens zijn zedelijke idealen door het zich-bewust-zijn van de Christus, door de impuls van Christus, ontwikkelt hij zijn zedelijke idealen zo, dat zij zijn zoals zij zouden moeten zijn tengevolge van het feit dat Christus op aarde is gekomen, dan leeft in hem, in de wereld van zijn innerlijk, als een kiem voor de toekomst datgene, wat nu niet een ondergaande, maar een opgaande wereld is.'

Bronnen:
Rudolf Steiner: Algemene Menskunde 3e voordracht
Audrey McAllen: Sleep, an unobserved element in education
Rudolf Steiner: Anthroposophie als Kosmosophie (GA 207) voordracht van 24-9-1921, gepubliceerd in Samen met de ander - uitgeverij Christofoor

Geen opmerkingen: